Biologische landbouw, pionier in de transitiebeweging

De biologische landbouwbeweging in Europa is kort na WO I ontstaan. Op dat ogenblik werd nog structureel met organische mest en met paardentractie gewerkt in de landbouw, terwijl chemische bestrijdingsmiddelen nog eerder zeldzaam waren. Het type landbouw dat men toen nog algemeen bedreef, zou nu door de meeste boeren
als duurzaam en ‘biologisch’ worden bestempeld.

Vooral in België/Vlaanderen denken velen dat de bio-landbouwbeweging pas op gang kwam vanaf de jaren ’60 van vorige eeuw en associëren deze beweging met de milieubeweging die toen ontstond als reactie op grote milieuschandalen. Het klopt dat in ons land de bio-beweging pas rond die tijd zichtbaar werd, maar in de meeste ons omringende landen was de bio-beweging op dat ogenblik al vrij sterk ontwikkeld.

In tegenstelling tot wat velen denken, is de biologische landbouw dus niet een reactionaire beweging tegen de ontsporing van de gangbare, chemische, intensieve en hoogtechnologische landbouw na WO II. Reeds lang voordat de gangbare landbouw ecologisch, economisch én sociaal in de diepe crisis terecht kwam, waar hij nu al decennia lang in vast zit, zagen de pioniers van de biologische landbouw in dat de vernieuwing van de traditionele landbouw, die zich aan het eind van de 19e eeuw opdrong, er niet in zou bestaan om het landbouw-ecosysteem te industrialiseren, maar gezocht moest worden in een dieper inzicht in de wetmatigheden van het leven zelf. De term Bio komt van het oud-Griekse woord bios en betekent ‘leven’, eco stamt af van het oud-Griekse woord oikos en betekent ‘huis’ (de natuur) en logos is het oud-Griekse woord voor wet en kennis.

De opvatting dat biologische landbouw een beweging is, die zich tegen de gangbare landbouw afzet, berust dus in feite op een bewust in stand gehouden mythe. Niet de bio-landbouw heeft zich afgescheurd; het is de gangbare landbouw die, nadat de mens al 10.000 jaar boerde met respect voor de natuurlijke begrenzingen, het roer heeft omgegooid en nog steeds krampachtig probeert bodem, plant en dier in de dwangbuis van het industrieel-mechanistisch denken te vangen. In de meeste gevallen komt dit neer op het tegelijk systematisch forceren én bestrijden van het leven. De biologische landbouw heeft, op het ogenblik dat de industrialisatie in vele andere maatschappelijke sectoren zich voltrok, ingezien dat de omgang met het leven niet in een industriëel proces thuishoort en heeft de uitdagingen die de moderne tijd aan de landbouw stelde (productieverhoging, arbeidsefficiëntie, schaalvergroting, …), aangepakt door vergaande wetenschappelijke verdieping van de kennis over levensprocessen, eco-systemen en agro-ecologie. Deze kennis staat verrassend ver en moet in niets onderdoen voor de hoogtechnologische kennis die in het gangbare landbouwonderzoek wordt ontwikkeld. Ze is echter van een geheel andere aard en berust op andere paradigma’s. De tegenstelling tussen deze paradigma’s is zo groot geworden dat beide landbouwsystemen nog amper te verenigen zijn. Het naast elkaar bestaan van hoogtechnologische landbouw met inbegrip van genetisch gewijzigde organismen enerzijds en biologische landbouw anderzijds wordt steeds meer onmogelijk.

Het mag dan ook niemand verbazen dat men geregeld probeert de biologische landbouw in discrediet te brengen of het belang ervan te minimaliseren. Zo berust ook de gratuite bewering dat biologische landbouw niet in staat zou zijn om de groeiende wereldbevolking te voeden, louter op niet onderzochte vooroordelen. Grondige studies daarover (o.a. door de FAO = wereldlandbouworganisatie van de Verenigde Naties) hebben uitgewezen dat globale omschakeling naar agro-ecologische en biologische landbouw de wereldvoedselproductie juist zal verhogen, vooral in het zuiden, waar dat het meest nodig is. Tot op vandaag echter dringt deze kennis niet door in het gangbare agro-industrieel complex, landbouwonderwijs inbegrepen.

De omschakeling naar biologische landbouw blijft in Vlaanderen zeer laag in vergelijking met alle andere Europese landen, zelfs die met een vergelijkbaar intensief landbouwmodel zoals Nederland en Denemarken. De belangen van grote industriële groepen staan op het spel. Met biologisch landbouw, gebaseerd op het sluiten van natuurlijke kringlopen en op regionale afzet, valt door hen geen geld te verdienen via de vele in- en outputs van een ontspoorde landbouwsector.

Naar aanleiding van het groeiend bewustzijn rond milieuvervuiling, klimaatverandering en de eindigheid van fossiele energie, is in het voorbije decennium een groeiende transitiebeweging op gang gekomen. Leven met respect voor de natuurlijke grenzen op basis van een eerlijke ecologische voetafdruk is daarbij het streefdoel. De biologische landbouwbeweging werkt ondertussen al bijna een eeuw als pionier aan dit streven.


Meer informatie?

Voor meer informatie over de biologische landbouw verwijzen we graag naar het producentengedeelte op de website van BioForum, de Vlaamse koepelorganisatie voor de bio-sector. Je vindt er antwoord op heel wat veel gestelde vragen rond biologische landbouw en kan er ook enkele informatiebrochures aanvragen via de ‘bestellijst’.

http://www.bioforumvlaanderen.be/biosector/basisinformatie